Aanvalluh?!
19 juni 2010
Steen en been wordt er tijdens de groepsfase geklaagd over het WK 2010. De wedstrijden zouden slaapverwekkend zijn en het niveau zou dat van de Nederlandse Eredivisie niet overstijgen. Bovendien zouden veel topspelers het laten afweten. Het klopt dat het voetbalspel op het wereldkampioenschap vooralsnog weinig verheffend is. Maar om de spelers hiervan de schuld te geven gaat te ver, want velen zien een ding over het hoofd: het hedendaagse topvoetbal is doordrenkt met angst.

Dat teams met mindere goden als Nieuw-Zeeland, Japan en Zwitserland verdedigend spelen is logisch, hun angst om in het aanvallende mes van de ‘toplanden’ te lopen is gerechtvaardigd. Maar dat Brazilië, Spanje en met name Nederland de voorkeur geven aan een defensieve instelling is niet alleen voor het spelaanzicht betreurenswaardig, het geeft bovenal blijk van een chronisch gebrek aan lef bij de coaches.
De afgelopen wedstrijden tegen Japan en Denemarken speelde Nederland met slechts één echte aanvaller, Robin van Persie. Rechter-middenvelder Dirk Kuyt zou je een aanvaller kunnen noemen, ware het niet dat hij nooit een tegenstander uitspeelt en, naar de woorden van de bondscoach, vooral zorgt voor ‘de balans’ (lees: in defensief opzicht) in het elftal. Sneijder en Van der Vaart zijn wat dat betreft aanvallender ingesteld, maar vooral laatstgenoemde is meer een passende middenvelder dan een creatieve diepgaande aanvaller.
Over die ene echte aanvaller gesproken: Van Persie staat in dit elftal op een voor hem onmogelijke positie en derhalve voor een onmogelijke taak. Hij heeft, met een statisch tiental om zich heen, te veel voetballend vermogen voor een diepe spits. En dat is een understatement. Je ziet de ergernis in zijn ogen, want hij wil maar een ding: schitteren. En als dat niet lukt wil hij de bal in de voeten om te dribbelen, te kaatsen, te passen en schieten. En dat lukt tegen een voetbalreuzin als Japan niet als eenzame spits tussen 4 verdedigers, wel als bijvoorbeeld rechter- of linkeraanvaller.
Toch is er hoop, want dé pleitbezorger van aanvallend en attractief voetbal staat nog fier overeind. Als coach van Bayern Munchen stond hij met zijn filosofie onverwacht in de Champions League-finale. Het Duitse elftal, dat zijn filosofie één op één overnam, speelt eveneens fris en offensief voetbal. Aan het eind van dit WK zal zijn gelijk definitief blijken. Louis van Gaal zal de grootst mogelijke prestatie ooit leveren op een wereldkampioenschap.
Winnen zonder er aanwezig te zijn.
