Broedplaatsen: De spinazievreters van het Gooi

Broedplaatsen zijn belangrijk voor culturele, politieke en maatschappelijke verandering en verandering, daar wordt overal om geschreeuwd. Was het niet Time Magazine dat afgelopen week ‘de demonstrant’ uitriep tot nieuwspersoon van 2011? Het Gooi is een van de belangrijkste broedplaatsen die Nederland gekend heeft, met een christen-anarchistische kolonie als een curieus onderdeel. Wat kunnen de (veelal zuipende en xtc-pillen slikkende) jongeren met idealen in ‘broedplaats Amsterdam’ leren van hun christen-anarchistische broeders?

Frederik van Eeden sticht er zijn Walden. In Blaricumse hutten wordt occultiste Helena Blavatsky bestudeert. Piet Mondriaan kent een Larense periode. Laren, Blaricum en de omliggende dorpen hebben een aantrekkingskracht op groepen en individuen die zich in de ‘gewone maatschappij’ niet thuis voelen. Kunstenaars, spiritisten, schrijvers en wereldhervormers vinden tijdens het Fin de siècle, rond 1900, op de Gooise heide een uitvalsbasis.

Tolstoj

Een van die bewegingen is de Kolonie van de Internationale Broederschap van christen-anarchisten. De christen-anarchisten staan een radicale verandering van de maatschappij voor. Ze worden vooral geïnspireerd door idealen van de Rus Lev Tolstoj (1828-1910). Een  samenhangende maatschappijvisie formuleert Tolstoj nergens- hij is in de eerste plaats een romanschrijver – maar hij laat zich in enkele  werken kritisch uit over de misstanden in de samenleving, met name de grote verschillen tussen arm en rijk. De rijken, de edellieden zijn hiervoor in de ogen van Tolstoj vooral verantwoordelijk met hun spilzucht, daarna de staat en de kerk.

Want geld en grond onderscheidt de rijken van de armen. En armoede ziet Tolstoj op grote schaal: honderd miljoen mensen sterven van honger omdat enkelen het grond bezitten. De klassieke opvoeding op scholen bestendigt de kloof in plaats van deze te dichten. Daarom is een drastische sociale hervorming nodig. Rijken moeten afstand doen van hun geld en grond, berouw tonen, hun trots terzijde schuiven en landarbeid gaan verrichten.

Tolstoj bedt de theorie in een zedelijk kader in: de sociale hervorming is voor hem onlosmakelijk verbonden met geestelijke hervorming. Op die grond verklaart hij zich tegen alcohol en tabak – zij bedwelmen de geest – en wrede pleziertjes als jagen, oorlog voeren en vlees eten. Socialisme wijst Tolstoj, net als overigens andere politieke organisatievormen, af, omdat het socialisme slechts de laagste behoeften van de mens wil bevredigen: zijn materiële. In het vervullen van hogere behoeften speelt het christendom een belangrijke rol, maar niet in de wijze waarop de clerus hier invulling aan geeft.

Revolutie!

Tolstoj wil terug: naar de leer van Christus zoals die is uitgedrukt in de bergrede. Kwaad mag niet worden weerstaan met kwaad en ‘God en uw naaste’  moeten elkaar lief hebben ‘als uzelve’. Als de mens zijn goddelijke roeping volgt, is het belangrijk de maatschappij in overeenstemming te brengen met de leer van Christus. Tolstoj voorziet een revolutie, die het gecorrumpeerde christendom zal vernietigen voor het ware christendom, een basis voor eenheid tussen de mensen en de ware vrijheid, ‘waar alle redelijke mensen naar streven’.

Een manier om deze eenheid te herstellen is het in eenvoud samenleven in kolonies. Dat is althans de praktische invulling die navolgers van Tolstoj aan zijn woorden geven. Tolstojs boodschap over de autoriteit van de kerk, een sober landleven en het belang van naastenliefde bieden belangrijke antwoorden op de vragen die eind negentiende eeuw op maatschappelijk en zingevingsvlak spelen.

Gemeenschappelijke kas

Enkele christen-anarchistische Tolstoj-bewonderaars voegen daad bij woord en kopen in 1900 een stuk zandgrond in Blaricum, waar ze een gemeenschapshuis en enkele kleine huisjes bouwen. De groep bestaat uit ongeveer twintig man en is vrij heterogeen: een dominee, Kylstra, een sigarenmaker, een bakker en enkele arbeiders en hun vrouwen en kinderen spitten er de grond en kappen hout. Kylstra is de informele leider.

De gemeenschap is communistisch: er is een gemeenschappelijke kas, waaruit gepakt kan worden wat nodig is. Men eet vegetarisch; ook melk en boter zijn verboden. De nadruk ligt op landbouw zoals glastuinbouw vruchten en asperges, maar er is ook een bakkerij, die goed loopt. Bakker Enzlin krijgt voor zijn ‘koloniebeschuit’ zelfs bestellingen uit Duitsland. Een belangrijke vraag is of winst mag worden gemaakt met de verkoop van de producten. Aanvankelijk is het antwoord nee, maar daar komt verandering in als de kolonisten inzien dat zij zich op de kapitalistische markt moeten begeven voor de aanschaf van kleding, gereedschap en andere bestaansmiddelen.

Al gauw blijkt de landbouwgrond van lage kwaliteit. De zandgrond op het perceel is onvruchtbaar, en door een oerbank moet het land tot een meter diep worden omgespit. Streng-vegetarische kolonisten voeren discussies over of het toegestaan is vliegen dood te slaan. Daarnaast zorgt de gemeenschappelijke kas voor scheve ogen, omdat de mogelijkheid ‘loon naar behoefte’ te pakken niet door iedereen op waarde wordt geschat.

‘Spinazievreters’

Iedere kolonist heeft zijn eigen verwachtingen bij de onderneming en niet alle kolonisten kunnen even goed met elkaar overweg. Telegraaf-journaliste Henriette Hendrix brengt een paar maanden na de oprichting een week in de kolonie door. Ze moet wennen aan het sobere kolonieleven en alles wat daarbij komt kijken. Als ze weer thuis is, neemt ze allereerst een bad, en heeft daarna, schrijft ze in haar verslag,

‘gegeten en gedronken, eieren, melk, vleesch en wit brood, zooveel ik kon. Nog nooit heb ik zoo van voedsel genoten, nog nooit ben ik zoo’n gastronoom geweest als nu.’

Ook maakt Hendrix melding van een gespannen sfeer binnen de koloniemuren.  Als Bob, een Engelse kolonist  van 18 jaar – gekleed in een Russisch werkpak, drie cent op zak, houdt zich niet aan het rookverbod en lurkt continu aan zijn pijp, slechts vegetariër om ‘economische redenen’ – tijdens het verblijf van Hendrix ziek wordt, kijkt niemand naar hem om; hij krijgt slechts een paar (onbelegde) boterhammen.

De spoorwegstaking van 1903 luidt het einde van de kolonie in. De eerste en enige keer dat ze zich in een maatschappelijke kwestie mengen, blijken de kolonisten een inschattingsfout te maken. Ze verklaren zich solidair met de stakers, die protesteren tegen de beruchte worgwetten van Abraham Kuyper. Dit zet kwaad bloed bij de Huizense vissers en Blaricumse boeren. Die kunnen nu niet meer via het spoor op de Hilversumse markt komen. In de nacht van 13 op 14 april 1903 keert de plaatselijke bevolking zich tegen de ‘spinazievreters’. Volgens de overlevering blijft een van de voormannen van de kolonie, de pacifist Lodewijk van Mierop, tijdens de bestorming  demonstratief achter zijn raam zitten lezen, tot het raam wordt ingegooid, zijn olielamp omvalt en de kamer in brand dreigt te vliegen. Sommige kolonisten kopen na het incident revolvers. In december 1903 heeft de kolonie nog vier bewoners, een jaar later is er geen kolonie meer.

Wat kunnen de (veelal zuipende en xtc-pillen slikkende) jongeren met idealen in ‘broedplaats Amsterdam’ leren van hun christen-anarchistische broeders?

Dat je het gewoon moet doen. Misschien lukt het, misschien niet.

 

Foto: Uitsnede portret Tolstoj door Ilya Repin (via Wikipedia)

Reacties
2 Reacties op “Broedplaatsen: De spinazievreters van het Gooi”
  1. folkert jensma zegt:

    en dat de telegraaf altijd al kleinburgerlijk was

  2. Nestor Makhno zegt:

    Wat een weerzinwekkend commentaar van deze Schelhaas op een noodzakelijk, maar helaas mislukt experiment.
    Volgens deze Schelhaas moeten we gewoon doorgaan met ongelimiteerd consumeren. Consumeren maakt gelukkig nietwaar? Nadenken niet . The sky is the limit , nietwaar? Tot we er met z’n allen aan kapot gaan . Houd jij maar lekker de oogklepjes op Deru Schelhaas.

    VERLICHTING is het bevrijden van de mens uit zijn onmondigheid, waaraan hij zelf schuld heeft. Onmondigheid is het onvermogen zijn verstand te gebruiken zonder leiding van een ander. Deze onmondigheid is eigen schuld wanneer de oorzaak ervan niet ligt in gebrek aan verstand, maar wel in gebrek aan moed en wilskracht, het zijne te gebruiken zonder leiding van een ander. Heb de moed je eigen verstand te gebruiken! Sapere aude! *

Reageer

Contactgegevens

BKB Westerstraat 252-254 1015 MT Amsterdam
020 - 5205280 info@bkbacademie.nl

Over de BKB Academie

De BKB Academie laat jong talent delen in de kennis en het netwerk van campagnebureau BKB.

Featured Box Wordpress Plugin developed by YD