Het Bradley-effect bestaat niet meer
Christian schrijft hieronder:
Toch is uit onderzoek gebleken dat een zwarte kandidaat minimaal 10 procentpunten in de peilingen voor moet staan op zijn tegenstander wil hij tot president gekozen.
Je hoort dit verhaal over het zogenaamde Bradley-effect de laatste tijd vaak, maar de data laat een ander verhaal zien. Te beginnen met dat het Bradley-effect nooit heeft plaatsgevonden tijdens de verkiezingsrace waar het zijn naam aan heeft te danken. Als je kijkt naar de polls in de aanloop naar die verkiezing mag het geen verassing heten dat Bradley uiteindelijk verloor:
Week of:
Oct.7th Oct. 14th Oct. 21st Oct. 28 Nov. 1Bradley 49 45 46 45 45
Deukmejian 37 41 41 42 44
Maar waarom wekte het dan toch verbazing dat Bradley verloor? Omdat de exit polls wel een overwinning voor hem hadden voorspeld. Daarmee komen we bij een belangrijk onderscheid dat bij deze kwestie te weinig wordt gemaakt: dat tussen pre-election polls en exit polls. Bij het laatste, waarbij iemand persoonlijk wordt aangesproken in plaats van telefonisch zoals bij pre-election polling (belangrijk verschil), waren er wel aanwijzingen voor het Bradley-effect. Waren, want sinds 1996 is het effect niet meer voorgekomen:
Om die studie te quoten:
Before 1996, the median gap for black candidates was 3.1 percentage points, while for subsequent years it was -0.3 percentage points.
En er zijn nu zelfs mensen die beweren dat de perceptie van het Bradley-effect zijn eigen effect heeft:
Martin Peretz argues in The New Republic that all the talk about the Bradley effect has an impact on the race, which he has named “the Bradley-Effect Effect,” which “actually benefits Obama. Is it so crazy to think working-class voters will react to the racism charge by going out of their way to prove it false?”
4 november gaat uitwijzen welke invloed het Bradley-effect heeft op deze verkiezingen.

