Ik zocht een doel

Op 10 maart 2011 las ik de mooiste zinnen in lange tijd. Deze zinnen zijn mij bijgebleven terwijl ik sindsdien honderden kranten en tijdschriften en tientallen boeken las.
De zinnen betreffen volgens mij, al heeft een zoektocht op google het niet kunnen bevestigen, een gedicht van Nescio.
Als schrijver is Nescio in Nederland niet geƫvenaard. Hij schreef weinig, maar wat hij schreef, bleef.
Wij moeten iedere dag uit bed komen en onszelf een verhaal vertellen om op te staan, houdt Nescio ons voor. Voor sommigen is dat politieke geestdrift en het gevoel deel uit te maken van een grotere beweging, voor anderen betekent dit aanzien en status en macht verwerven. De eersten zullen vroeger of later een illusie armer zijn, de laatsten belanden halverwege hun leven in een crisis.
Maar iedereen die zich een groot verhaal wenst moet Nescio teleurstellen. Nescio’s oeuvre is een georganiseerde teleurstelling. De teleurstelling is zo goed georganiseerd dat je er aan het einde toch van opkikkert.
Wanneer wij inzien dat wij voortjagen over deze aardkorst als voorgeprogrammeerde marmotten rest ons niets dan ironie.
Ironie is de laatste echte hobby van de laatste mensen.
Ik zocht een doel
Ik zocht een doel maar ik vond ‘t niet.
Ik heb gezocht op vele wegen en overal en heb ‘t niet gevonden.
Ik heb rust gezocht in veel weten en veel begrijpen en ik
vond veel bedrog en veel narigheid maar de vrede vond ik niet.
Ik heb rust gezocht in ‘t willen van het goede maar het streven heeft zich
tegen mij gekeerd en de vrede vond ik niet.
Ik heb rust gezocht in tevredenheid maar tevreden was ik niet.
Ik heb rust gezocht in doen en vergeten maar de vrede bleef verre.
Waarom dit alles, God, natuur, feiten, noodzakelijkheid?
Waarom ben ik niet gelijk de velen die rust hebben in niets?
Waarom ben ik ik en draag ik de last van mijzelf?
Maar nog is de wil sterk en de kracht groot en ik zoek, zoek nog steeds.
En als ik mij heb ingespannen totdat alles zal dreigen te springen en ik ‘t
hoogste heb bereikt dat een mensch bereiken kan, dan zal ik betreuren dat
ik niet meer dan een mensch ben en de vrede zal verre zijn.
IJdelheid der ijdelheiden, alles is ijdelheid.
Neen bij God niet, bij mezelf niet, bij al wat in mij is, dat niet.
Neen, ik heb nooit de rust gewild die de dood is en de vrede gezocht ten
koste van mijzelf.
Mijn vrede is in den strijd en mijn rust in de onrust.
Zeker ik zal overwinnen en nu zou ik U een geschiedenis kunnen verhalen.
