Is progressief het nieuwe liberaal?

Aan het einde van de 18de eeuw ontstaat het liberalisme in Nederland als onderdeel van de Europese verlichting. Achtereenvolgend ontstonden het doctrinair liberalisme (de conservatief liberalen), het jong liberalisme (progressief liberalen), het sociaal-liberalisme en het radicalisme. Hoe staat het hiermee in de 21ste eeuw? En welke vergelijking valt te maken tussen de afgelopen kabinetsformatie en de vijfde, beslissende set bij tennis?

Hedendaags liberalisme

Vandaag de dag zijn er ook verschillende liberale stromingen en partijen. De bekendste conservatief liberale partij is natuurlijk VVD. Een tweede liberale stroming is te herkennen bij D66. D66 is veel meer dan de VVD een sociaal-liberale partij die helemaal niet per definitie tegen overheidsingrijpen is. Een derde en opkomende stroming van het liberalisme zie je terug bij de partij GroenLinks. Onder leiding van oud-fractievoorzitter Femke Halsema benadrukte GroenLinks steeds meer haar vrijzinnige sociaal-liberale karakter. Bij de PVV van Geert Wilders en de voormalige partij TON van Rita Verdonk, herken je ook meer dan duidelijk hun conservatief liberale wortels.

Verschillen partijen steeds kleiner

Vandaag de dag bestaan de oude stromingen nog wel, maar ze zijn niet meer duidelijk aan één partij gelieerd. Rond 1900 waren de verschillende stromingen nagenoeg compleet afgebakend en was er nauwelijks overlap tussen de verschillende liberale stromingen. Tegenwoordig is dat anders. Het denken binnen links-rechts kaders is eigenlijk niet meer van deze tijd. Mijns inziens zou onderscheid tussen conservatief en progressief meer op zijn plaats zijn tegenwoordig. Natuurlijk houdt elke partij zijn eigen signatuur. Maar de verschillen worden steeds kleiner, kijk alleen al naar de afgelopen formatie. Bijna was er een samenwerking geweest tussen een van oudsher rechtse of conservatieve liberale partij, de VVD en een van oudsher linkse of socialistisch liberale partij, GroenLinks. Een aantal jaar geleden was samenwerking tussen deze partijen nog ondenkbaar geweest, nu had er bijna een paarsplus kabinet gezeten, onder de noemer: ‘wij zijn allen progressief en dus hervormingsgezind.’

Formatie als tennisspel

Het is dan ook niet uit te sluiten dat er in de toekomst wellicht fusies tussen partijen met verschillende liberalen signaturen zullen gaan ontstaan. Feit is dat we momenteel leven in een totaal versnipperd politieklandschap. Waar het vormen van een kabinet geregeld begint te lijken op een beslissende en vijfde set op Rolland Garos, waarin het noodzakelijke verschil van twee games steeds maar niet behaald wordt. De afgelopen kabinetsformatie verliep nagenoeg synchroon aan zo’n laatste set. Het was een vermoeiende, drukkende, onoverzichtelijke chaos waarin men elkaar gek probeerden te maken. Waarin zij gokte op die ene onoplettende seconde van hun tegenstanders om een straffe backhand langs de lijn te slaan, waarin zij smachtend uitkeken naar het moment dat de vermoeidheid toe zou slaan zodat ze het eindelijk af konden maken met een loeiharde ace en waarin ze, de wanhoop nabij, de tactiek die ze zover gebracht had en die zo vertrouwt voelde loslieten om een breakdown te forceren bij de tegenpartij.

Wedden op het verkeerde paard

Zo gokte de PvdA erop dat het CDA niet rechtsom zou gaan, zo gokte D’66 en GroenLinks erop dat Rutte liever progressief zou gaan regeren dan conservatief, zo gokte het CDA erop dat ze samenwerking, in welke vorm dan ook, zou kunnen verkopen bij haar achterban en zo gokten (en gokken) het CDA en de VVD erop dat zij de electorale winst van Wilders bij de volgende verkiezingen (zouden) kunnen draaien in de richting van hun eigen partijen. Maar zoals altijd wanneer mensen gokken, gaat het vaker mis dan goed. De electorale winst van Wilders groeit alleen maar, de achterban van het CDA is boos, Rutte is niet progressief en het CDA doet alles om maar op het pluche te kunnen zitten, zelfs als dat ingaat tegen fundamentele waarden van de partij (een kleine referentie aan Mauro-gate misstaat hier niet). Het is de één na de andere misplaatste gok, met een, en nu druk ik me zacht uit, niet al te best resultaat in de vorm van het huidige, rechtste, conservatieve kabinet.

Ook realisme

Het is een aanfluiting dat dit kabinet zich sociaal-liberaal durft te noemen. Sociaal –liberaal betekent progressief, hervormend, vrijzinnig, ruime voor anderen, andersdenkenden, andere religies, andere levensovertuigingen en diepgeworteld idealisme en geloof in een betere wereld en de aanpak van verschillende enorme crises. De klimaatcrisis, de bankencrisis en niet te vergeten de pensioencrisis. Aan de andere kant betekent sociaal-liberalisme ook realisme, het oude, vertrouwde los durven laten, buiten je eigen grenzen gaan, verder reiken dan je eigen veilige biotoop, het dwingt soms tot het maken van harde keuzes, niet omdat ze leuk zijn, maar omdat ze noodzakelijk zijn.

Knokken voor wat kwetsbaar is

Maar tijdens het maken van die keuzes, dient te allen tijde het belang van de meest kwetsbare in de samenleving in het oog gehouden te worden. Mensen dingen zelf laten doen waar mogelijk, zelfredzaamheid en onafhankelijkheid? GRAAG, maar niet ten koste van diegenen en die dingen die kwetsbaar zijn. Niet ten kosten van de jongerengeneratie die de pensioenen kunnen gaan betalen, niet ten koste van de lichamelijk- en verstandelijk gehandicapten die hun PGB kwijtraken, niet ten koste van de kunst en cultuursector, niet ten kosten van de moslim die graag zijn geloof wil belijden, niet ten kosten van de minima, niet ten koste van de studenten en niet ten koste van het klimaat. Het sociaal-liberalisme is vrijzinnig en progressief, maar het is ook zoals een oude partijslogan van GroenLinks ooit zei: ‘knokken voor wat kwetsbaar is’. CQ het sociaal-liberalisme is alles wat Rutte I niet is…

Kan het ook anders?

‘Je leert van je fouten’, is een veel gehoord cliché. De vraag in deze is op welke manier het sociaal-liberalisme (D’66/GroenLinks) het beste kan leren van de gemaakte fouten. Zij zijn nu overduidelijk de uiteindelijke verliezer van de vijfsetter. Maar hoe moet het de volgende keer als zij weer aantreden voor zo’n slopende wedstrijd? De ballen strakker langs de lijn? Beter opletten? Harder spelen? Beter trainen? Sneller een breakdown forceren? De eigen tactiek niet loslaten?
Alhoewel het absoluut waar is dat een ieder kan leren van gemaakte fouten in het verleden, ontstaat de vraag of het de volgende keer niet weer exact hetzelfde zal gaan? Of de wanhoop zo groot wordt dat dezelfde fouten weer gemaakt worden? Moet het sociaal-liberalisme dat willen? Dat laatste lijkt me niet het geval. Waarom dan toch weer die slopende wedstrijd? Kan het niet anders, beter wellicht? Kunnen de fouten niet voorkomen worden? Kan de wedstrijd niet bij voorbaat al gewonnen worden?

Nog niet wenselijk

Het zou me niet verbazen als de samenwerking tussen verschillende sociaal-liberalistische partijen steeds hechter zal worden in de toekomst. Ook zou het me niet verbazen als deze samenwerking uitmondt in een fusie tussen de verschillende sociaal-liberale partijen. Ik zeg niet dat ik er onmiddellijk voorstander van ben, absoluut niet zelfs. Het hoeft niet nu, het kan ook nog niet nu, het is niet wenselijk nu, maar het is wel iets om over na te denken. Wil het sociaal-liberalisme het CDA en het conservatisme namelijk van het pluche afkrijgen, dan zal er samengewerkt moeten worden hoe dan ook, misschien wel in de vorm van een fusie. Dit is nodig, want ons politieklandschap zal de komende jaren hoogstwaarschijnlijk sterk versnipperd blijven.

Beslissing voor de vijde set

Wanneer regeren het doel is, zal samenwerken een noodzaak zijn. Alleen op die manier begin je al met een grote voorsprong aan de wedstrijd, de kans op verlies en überhaupt om het spelen van die laatste, slopende, urendurende vijfsetter wordt geminimaliseerd op deze manier. Het sociaal-liberalisme zal sterk, fier, fit, uitgerust en krachtig aan de wedstrijd beginnen en zo haar tegenstander dwingen te gokken. Wat die tegenstander dan doet blijft de vraag, je kunt de ander immers niet besturen, maar zeker wel in een hoek drijven zodat de keuzevrijheid van die tegenstander beperkt wordt. En dan wil Rutte vast ook linksom en de PvdA ook vast wat progressiever worden. Alles voor de macht natuurlijk, want wie doet er nu nog aan principes?

Foto via Flickr – Marcdiluzio.

Reacties
2 Reacties op “Is progressief het nieuwe liberaal?”
  1. Sywert zegt:

    Sociaal-liberalisme (of radicalisme) is al 120 jaar machteloos idealisme. Helaas.

  2. Darius zegt:

    Left is right and right is wrong.
    Waarom ben je geen voorstander van fuseren? D’66 en Groenlinks kunnen volgens mij prima samen, zoveel ideologische verschillen zijn er tussen die twee partijen niet en samen sta je duidelijk sterker.
    X

Reageer

Contactgegevens

BKB Westerstraat 252-254 1015 MT Amsterdam
020 - 5205280 info@bkbacademie.nl

Over de BKB Academie

De BKB Academie laat jong talent delen in de kennis en het netwerk van campagnebureau BKB.

Featured Box Wordpress Plugin developed by YD