Je ouders durven niet over huidskleur te praten

Tijdens de BKB reis in Amerika raakte ik aan de praat met een afro-amerikaanse jongen. Het werd een moeizame discussie; de links versus rechts-discussie met Kay van de Linde leek een hippie bijeenkomst vergeleken met dit gesprek. Het probleem: de jongen praatte graag over etniciteit gerelateerde onderwerpen maar vond dat wij blanke Nederlanders daar niks over konden zeggen. Resulterend in een vrij eenzijdige discussie waarin hij statements dropte, wij erop in gingen en hij tegenstribbelde met het “jullie weten niet waar je het over hebt want je bent blank” argument. Wat een drogreden dacht ik. Maar ik wist dat hij ergens wel gelijk had, ik wist niet waar ik het over had.
We hadden het over de verschillen in de Amerikaanse maatschappij en de huidige verkiezingen. Al mijn anti-hamburgerland gooide ik in de strijd. Och ja zoveeeel ongelijkheid in Amerika, financieel en etnisch en geografisch! Van daaruit wilde ik voortbouwen op een vuurwerk aan argumenten tegen het Amerikaanse systeem. Dat ging helaas niet. Hoewel de jongen met wie wij aan de praat waren geraakt het hoogstwaarschijnlijk met mijn argument eens was, kon ik mijn zin niet afmaken. “How are yóu talking about racial inequality? Look at your skin, you wil never know what it is like.”
Onredelijk of zwart
Natuurlijk, ik ben blank. Wat onredelijk om dat als argument te geven, dacht ik. Maar hij stond op scherp, dit was zijn gevecht, en niet alleen van hem. Een beetje naïef vroeg ik me achteraf af: Hoe kan dat nou? Na al die gemengde scholen, een donkere Amerikaanse president? Hoe kan dat nou in Nederland? Dat mensen hun longen leeg moeten schreeuwen om een zwart traditiebehoud tegen te gaan (zie de blog van Hodan over Zwarte Piet). Hoe kan het dat er op sociaaleconomisch gebied nog altijd grote verschillen zijn wanneer we op ethniciteit differentiëren?
De illusie van Henk en Ingrid
We leven in de illusie dat we onze maatschappij een goede anti-discriminatie opvoeding geven. Amsterdam, als stad met ‘s werelds grootste etnische verscheidenheid, biedt je de gelegenheid om in aanraking te komen met mensen uit alle uithoeken van de wereld. Echter Fatima en Mohammed komen nog steeds moeilijker aan een baan dan de Henk en Ingrids van onze geblondeerde bekrompenheid. Hoe kan dat?
Nurture Shock
Ik vroeg mij af waarom. En daar was opeens een oppaskindje en een boek over opvoeden. Zie het opvoeden van kinderen even als het opvoeden van de maatschappij. Uit onderzoek in het boek Nurture Shock van Bronson en Merryman blijkt dat ouders moeite hebben met het bespreken van het verschil in huidskleur. Ouders zijn bang dat door het bespreken er misschien per ongeluk negatieve attitudes kunnen worden aangeleerd. Daarom zetten ze hun kinderen liever op een gemengde school dan dat ze het erover hebben. En wat blijkt nou? Gemengde scholen maken de negatieve houding tegenover kinderen met een andere huidskleur helemaal niet minder, in sommige gevallen zelfs erger. Hoe komt dat? Kinderen voelen zich prettig bij mensen die eruit zien zoals zij zelf, ze vinden popsterren die op hen lijken leuker en spelen liever met vriendjes en vriendinnetjes die op hen lijken. Aangezien kinderen nog geen complexe hokjesdenkers zijn zal het ‘lijken op’ vaak op basis van uiterlijk worden bepaald. Hoewel hokjes hardnekkig zijn kunnen ze actief in een gesprek worden kapotgemaakt, en het liefst zo vroeg mogelijk.
Hokjes neerhalen met toosje
Dat ‘hokjes neerhalende’ gesprek zou volgens de schrijvers van Nurture Shock zo moeten verlopen: “Nou toosje, zoals je hebt gezien zijn er mensen met een andere huidskleur. Net zoals dat er mensen zijn met ander haar, een andere bouw, een ander geslacht enzovoorts. Die mensen lijken anders van buiten, maar van binnen zijn zij hetzelfde. Ze denken na over dingen, houden van, hebben trek en voelen zich verdrietig als iemand wat naars zegt, allemaal net als jij. Als jij echte goede vriendjes wilt vinden kan je niet op het uiterlijk van mensen afgaan maar op wat zij leuk vinden en hoe zij tegen jou doen. Interessant he? Heb je daar nog vragen over toosje?”
Is BKB ook bang?
De heftige discussie liep helaas met een open einde af. Ik, als blanke, had nog steeds geen recht van spreken. Tot we op straat een eveneens donkere BKB academiegenoot tegenkwamen en een blik van “oh, jullie kennen háár, nee dan hebben jullie wel recht van spreken” onze kant op kwam. Juist, wij hebben bij BKB het gesprek niet meer nodig, we hebben een diverse groep en alle hokjes staan al overeind, kleine toosjes zijn al groot. Of zijn we stiekem toch nog bang om hét gesprek te voeren?
