Jelineks Anti-kapitalistische betoog
Terwijl de andere BKB-ers zich vorige week vrijdag en zaterdag mochten verdiepen in partij manifesten, SWOT-analyses en slogans, beleefde ik de première-week van het stuk “Underground”. Een productie van de theatergroepen NTGent en Antigone waar ik het muziekontwerp voor maakte.
Underground werd in 2008 geschreven door de Oostenrijkse Nobelprijs winnares voor de literatuur Elfriede Jelinek. Het stuk, met als originele Duitstalige titel “Die Kontrakte des Kaufmans, eine wirtschafts Komödie”, (wat zoveel betekent als de contracten van de koopman, een economische komedie ) schreef Jelinek voor en tijdens het uitbreken van de economische crisis en heeft ergens ook een zekere profetische tinteling. In het stuk beschrijft ze op satirische wijze de teloorgang van onze moderne kapitalistische maatschappij door ons aller hebzucht. Lees meer, let op, veel meer..
Jelinek neemt het in dit werk deels op voor de minder kapitaal krachtige groep binnen onze systeem omdat de macht en invloed niet in hun handen lag terwijl zij uiteindelijk wel de meeste gevolgen zouden dragen. Maar ontziet de gewone man zeer zeker niet en spreekt hem aan op het feit dat ook hij er, door het speculeren op de beurs, beter van dacht te worden. Het stuk is in haar oorspronkelijke vorm een ongeveer 300 pagina’s lange monoloog waar je gemakkelijk 6 uur theater van zou kunnen maken. Jelinek verwacht niet van de regisseur dat dit allemaal in deze vorm wordt opgevoerd, maar beschouwt dit als de verantwoordelijkheid en de vrijheid van de theatermaker. Die moet zelf schrappen en zelf personages invoegen waar hij of zij dat nodig vindt.
Het stuk bestaat uit 4 delen. Het eerste deel, genaamd koor der werknemers, gaat kort door de bocht, over de kleine man die het kleine beetje geld dat hij had, heeft verloren op de beurs tijdens de economische crisis. De aandelen waar hij zijn geld in had geïnvesteerd zijn gekelderd, vervolgens blijft hij met niets achter. Hij heeft zich ingelaten met krachten die veel groter zijn dan hem en waar hij geen invloed op had, hij is door hen gebruikt en vervolgens afgedankt. Hij blijft achter zonder geld en dus ook zonder invloed, aanzien en zekerheid. Oninteressant voor onze kapitalistische maatschappij omdat hij al zijn kapitaal en daardoor ook zijn waarde is verloren.
Deel twee, koor der grijsaard genaamd, gaat over dezelfde crisis, maar wordt nu bekeken vanuit een ander gezichtspunt, die van een machtigere en rijkere klasse, de bankiers. Jelinek toont ons de dol gedreven hebzucht en de boven alles gaande en vernietigende resultaatgerichtheid die lijkt bezit heeft genomen van deze mensen. Zij zien geld als een geloof en gebruiken dit als moraal doorheen al hun handelen. Een handeling die ten goede komt van het geld is volgens hun zienswijze altijd moreel te verantwoorden. Een kapitalistische kruistocht.
In het derde deel begeeft het stuk zich op een abstracter niveau. Hier vind een soort innerlijke discussie plaats tussen verschillende engelen, zoals de engel der gerechtigheid, de engel der onrechtvaardigheid en de engel der tevredenheid, over de grotere achterliggende krachten. Ze zoeken naar de waarden, redenen en gevolgen van het geld en het kapitalisme en trachten een nieuwe vorm van zingeving te vinden voor dit systeem. Ook worden we erop gewezen dat het niet het geld maar het systeem is en dus wijzelf die deze wantoestanden veroorzaken. En dat wij allen betrokken zijn bij en dus ook allen deels verantwoordelijk zijn voor de wantoestanden die plaatsvinden.
Tijdens het laatste bedrijf komt de meest concrete en ook theatrale verhaallijn naar voren. In dit bedrijf wordt beschreven hoe een man zijn gezin uitmoordt omdat hij hen de schande van het faillissement van zijn bedrijf wil besparen en hen zelf om deze zelfde reden ook niet meer onder ogen durft te komen. Hij wordt hierin aangevallen, bevraagd en bewonderd door een soort van kapitalistische gieren of een verharde nieuwe generatie. Ze prijzen hem omdat hij zijn eigen kinderen en vrouw heeft geofferd voor het geld en het hiermee boven alles stelt, aan de andere kant minachten ze hem omdat hij al zijn geld is verloren en dus volgens hun alles aan geld gerelateerde zienswijze niets meer waard is. Hij is een mislukkeling want hij bezit niets meer. Zijn bestaansrecht is door zijn niet-bezitten verdwenen. In dit laatste deel proef je ook een soort verwijt/aanklacht van een jongere jegens een oudere generatie, die hen aansprakelijk stelt voor de wantoestanden die er plaatsvinden en de problemen die de ouderen hebben veroorzaakt maar waar zij mee worden opgescheept.
Maar naast een aantal van de hierboven genoemde vragen duiken er nog meer interessante queesten op in Jelineks toneelstuk. Zo kaart ze in deel twee de tegenstelling tussen onze democratie en de vrije markt economie aan. “De staat wikt maar wij beschikken”. In onze samenleving komt het geregeld voor dat de politiek zich moet voegen naar de wil van de grote multinationals omdat zij door de tijd heen veel macht en invloed hebben verovert. In plaats van een democratie waarin alle burgers gelijk zijn vertegenwoordigd, stevenen we nu meer en meer af op een maatschappij waarin grote bedrijven, die enkel uitzijn op hun eigen winstmaximalisatie, het voor het zeggen hebben. Überhaupt een merkwaardige tegenstelling een democratie waarin alle stemmen gelijk zijn die hand in hand gaat met een economie waarin alle mensen ongelijk zijn verdeeld wat betreft zeggenschap, macht en rechten door het geld.
Nog iets anders binnen ons kapitalistische gedachtegoed waar evenzeer vraagtekens bij gesteld kunnen worden volgens Jelinek is onze visie ten opzichte van welvaart en welzijn. Velen zijn ervan overtuigd dat een stijging van de welvaart onlosmakelijk ook een stijging van ons welzijn teweeg zou brengen. Terwijl een grotere ontwikkeling (in materialistische zin) niet altijd meer welzijn met zich mee hoeft te brengen. Het onvoorwaardelijke streven naar materiële vooruitgang brengt namelijk ook nadelige effecten met zich mee. Het kan namelijk ook zeer destructief werken. Kijk naar de milieu problematiek of de krediet crisis.
Een keuze voor een meer liberale markt zorgt ook voor een ongelijkere verdeling van macht en rijkdom. Groepen met meer kunde en middelen zullen hun voorsprong steeds verder kunnen uitbouwen. Zo leidt een liberale markt niet tot een stimulans voor alle mensen, het leidt zo namelijk ook tot de uitsluiting van bepaalde groepen. Omdat zij zo verder worden weggedrukt in hun achtergestelde positie. Op deze manier kunnen zij zich nog lastiger ontwikkelen en kunnen hun talenten in mindere mate een toevoeging vormen voor onze maatschappij.
Zoiezo zijn de effecten van materiële polarisatie altijd niet gunstig voor onze economie, zo ontstaat er hierdoor namelijk ook een kleinere afzetmarkt. Als er minder kapitaal is bij de consumenten betekent dit ook dat de inkomsten van de bedrijven zullen dalen omdat hun klanten minder te besteden hebben en hun afzetmarkt smaller is. De vraag bepaalt nou eenmaal ook het aanbod.
Bovenal stelt Jelinek haar vraagtekens bij de zogenaamde vrijheid in ons liberale systeem. Toen begin jaren ’90 het Russische communisme viel, werd beweerd dat dit het einde was van een strijd tussen twee ideologieën en dat het liberalisme als overduidelijke en terechte winnaar uit de bus was gekomen. Als je tegenwoordig refereert aan een alternatief systeem, word je meestal direct in de communistische hoek geplaatst en word je er vervolgens aan herinnerd dat dit enkel leidt tot moord, doodslag en verderf. Terwijl er dagelijks ook dit soort excessen worden veroorzaakt door de o zo geweldige vrijheid in onze liberale systeem. Twee maal dus een onterechte reactie dus.
Shell die mensen in Afrika laat werken tegen compleet ridicule lonen en dit vervolgens moreel goed durft te keuren omdat er nergens anders werk is in die regio werk is te vinden en dat zij dan toch zo aardig zijn geweest om er een (vervuilende) fabriek neer te zetten en zo banen voor de bevolking te creëren. En dat alle mensen in deze vrije wereld toch vrij zijn om zichzelf te ontwikkelen en dat daardoor elke verworven rijkdom een eigen verdienste is. Dit is uiteraard door de fundamentele materiële ongelijkheid niets meer dan een gewetensillusie.
Het is niet voor niets dat mensen die opgroeien in minder bedeelde kringen vaak ook in dit milieu blijven steken. En dat kinderen uit Oud-zuid via het Barleus en de vriendjes van hun ouders uiteindelijk wel een goede baan krijgen. De reden dat mensen in een uitzichtloze situatie blijven steken, is niet omdat ze het niet zo erg vinden of omdat ze geen dromen hebben van of behoefte hebben aan een groter materieel bezit. Ze weten niet hoe. En het lukt ze simpelweg niet om zich omhoog te werken omdat ze niet de contacten, financiële uitgangspositie, sociale vaardigheden en via opvoeding en omgeving verworven intelligentsia en kunde hebben meegekregen.
Het is in ieder geval moreel niet goed te praten dat iemand die elke nacht lange zware uren in de uitlaatgassen aan het wegdek werkt minder verdient dan een advocaat, die vanuit zijn comfortabele stoel (comfortabel maar bovenal ook goed ondersteunend voor de onderrug) uitkijkend over de gracht zijn dossiers doorbladert. Zelf zegt hij dat hij dit heeft verdient omdat hij zo lang heeft moeten studeren daarentegen beweert hij op elke studentikoze borrelbabbel dat de studententijd de mooiste tijd van zijn leven was.
We leven in een dolgedraaide individualistische maatschappij waarin ons overlevingsinstinct wordt aangesproken door de angst geen geld te hebben en zo onze macht, invloed en veiligheid te verliezen. We leven in een maatschappij waarin er vanuit wordt gegaan dat ieder mens eigen rechter kan spelen en dat het streven naar individuele ontwikkeling uiteindelijk ook ten goede zal komen van het collectieve welzijn. Er is uiteraard niets mis met concurrentie maar dit kan vanaf een zekere hoogte ook vernietigend werken niet enkel voor de zwakkeren maar ook voor de gehele groep omdat er een mogelijkheid moet bestaan waarin deze (tot op zekere hoogte eerlijke) concurrentie kan blijven plaatsvinden. Een rauw kapitalistisch systeem kan zonder correcties zo namelijk ook, net als het communisme en het fascisme, lijden tot een dictatuur.
Wie is de mens überhaupt om erover te mogen oordelen wie meer waard zou zijn en wie dus meer zou mogen verdienen? En wat zijn dan onze maatstaven? Moeten we dan genoegen nemen met een maatschappij waar iedereen maar de ander moet verdringen om zijn eigen plaatsje veilig te stellen. En waarheen leidt deze “vooruitgang” ons dan. Is dat een betere wereld?
Jelinek vindt de vrije markt in ieder geval geen eerlijke rechter en ik denk dat daar ook genoeg voorbeelden voor zijn te noemen. Van de gouden handdruk tot de derde wereld tot de milieu crisis. De Mens heeft behoefte aan een geloof en dat moet blijkbaar grotere thema’s bevatten dan het zoveel mogelijk verbeteren van je eigen positie.
Er wordt vaak van uitgegaan dat geld het enige is waar de mens zich voor zou willen inzetten, terwijl dit in feite klinkklare onzin is. Er zijn genoeg mensen die iets gaan studeren met andere redenen dan het vooruitzicht van een goed betaalde baan. Het is in die zin ook naïef om te denken dat geld de enige drijfveer zou kunnen zijn achter het menselijk handelen.
Ook is het vreemd dat vaak wordt beweert dat men enkel bevrediging haalt uit dingen die direct in ons eigen voordeel zijn. Het is eigenlijk geen probleem als je, om jezelf beter te voelen, geld geeft aan goede doelen. Je handelt hier uit eigen belang omdat je er gelukkig van wordt, maar deze voldoening bereik je via het geluk van een ander en is niet direct aan de verbetering van je eigen situatie te wijten, sterker nog, die gaat, eigenlijk, achteruit.
Ik zou nog lang kunnen vertellen over de speelstijl, de muziek, de kostuums etc. de filosofie hierachter en de verbanden ertussen maar ben mijn doel van blog vrees ik nu allang voorbij geschoten. Maar dat is niet erg want het is een onderwerp wat zeer belangrijk, interessant en relevant is en me nauw aan het hart ligt en zo breed is dat je er bijna altijd te kort aandoet.
Ik zou het in ieder geval erg leuk zijn als jullie allemaal zouden komen kijken naar het stuk, ook al staat je visie op hoe we onze samenleving zouden moeten inrichten compleet haaks op die van Jelinek. Er zijn dan ook in dat geval nog genoeg mooie beelden en klanken waar je van kan genieten.
De voorstelling heet UNDERGROUND en speelt op 20 en 21 December in Amsterdam in de stadsschouwburg. Maar komt ook langs steden als Brussel, Antwerpen, Rotterdam, Den Haag, Utrecht, Groningen, Delft, Eindhoven, Den Bosch etc. etc. Deze speeldata en verdere informatie (foto’s, video’s, achtergrondinformatie, reacties..) kan je vinden op de site van ntgent.

Misschien is de mens pas echt vrij als hij gelijk is en pas echt gelijk als hij vrij is.. Of dit punt bestaat? Ik weet het niet.. Misschien weet Elfriede het wel.. Ik vind het in ieder geval de moeite waard om erover na te denken.
