Kredietcrisis 101
Het begrip kredietcrisis is alomtegenwoordig. Iedereen praat erover. Maar wat wordt hier precies mee bedoeld? En hoe zijn we gekomen tot dit probleem?
Paradoxaal genoeg, door een overvloed aan krediet.
Het eind van de vorige – en het begin van deze – eeuw was een gouden tijd voor banken. Het systeem leek idyllisch. In de Westerse wereld, en vooral in Amerika, werd veel geleend tegen hoge percentages. Iedereen wilde een nieuwe, betere auto of een nieuw, groter huis.
Aan de andere kant was krediet makkelijk te verkrijgen door lage rentes (via de centrale bank van Alan Greenspan), en de spaardrift van ontwikkelingslanden (o.a. China, wat economisch snel groeide, en waar vanwege het gebrek aan een collectief veiligheidsnet mensen relatief meer geld achterhouden) en sommige ontwikkelde landen (o.a. Japan, door de aankomende vergrijzing).
Banken verdienden goud geld met het simpele 3-6-3 model. Spaargeld tegen 3 procent beheren, voor 6 procent uitlenen, en om 3 uur op de golfbaan staan.
Helaas werd de concurrentie - zoals te verwachten bij een open markt met dusdanig potentieel - al snel hevig.
De banken zagen langzaam hun winstmarges verdampen. De druk om toch te presteren was hoog; ze moesten nieuwe markten en producten aanboren. Aan de ene kant gingen ze leveren aan mensen die eigenlijk het vermogen niet hadden, maar die toch graag een huis wilden hebben (“subprime loans”). Aan de andere kant gingen de banken nieuwe, complexe producten verzinnen om hun concurrenten te slim af te zijn.
Beide initiatieven liepen echter uit de hand.
De crisis van het krediet
Mensen werden hypotheken aangesmeerd terwijl ze eigenlijk geen perspectief hadden om de rentelasten ook echt te dragen. En producten werden dusdanig complex dat het management niet meer goed wist wat ze nou precies beheerden – laat staan hoeveel risico het met zich meebracht (zelfs bedrijven die zijn gespecialiseerd in het uitrekenen van de risico’s – zoals Standard & Poor’s – zaten er, achteraf bekeken, ver naast met hun risicoberekeningen).
Met de exorbitante risico’s haalden de banken grote winsten in tijden van ongebreideld optimisme. De risico’s hingen echter als een Zwaard van Damocles boven hun hoofd. Het moest een keer fout gaan. De bubbel moest een keer barsten.
Medio 2008 was dit het geval. Nadat de huizenprijzen in Amerika in elkaar klapten, kwamen banken erachter dat hun balanstotaal toch niet zo rooskleurig was als ze dachten. Binnen enkele maanden werden ze gedwongen grote delen van hun balans af te schrijven. Al snel kwam de hele sector onder druk te staan. Het vertrouwen was weg. Hoe kan ik aan een andere bank geld lenen als ik zijn balans niet snap? Plus, ik weet zelf niet eens hoe groot mijn problemen zijn, dus waarom zou ik überhaupt nog geld uitlenen?
De crisis van het krediet was aangebroken.
Banken, en bedrijven, die tijdelijke geldproblemen hadden, kwamen snel in de problemen. Op de rand van de afgrond zelfs.
Fortis is een perfecte illustratie. Met een grote overname die drukt op de balans (ABN Amro), terwijl het internationale betalingsverkeer was bevroren, had Fortis grote moeite om aan haar korte termijn verplichtingen te voldoen.
Dat werpt de vraag op: hoe lossen we dit op? Hoe zorgen we dat niet de symptomen worden aangepakt (de tijdelijke bevriezing van kredieten), maar de kern van het probleem? Daarover later meer.

