Mijn complexe liefde voor sport

Voor mij is sport liefde. Zowel het kijken als het beoefenen.
Een verslaving waar ik niet zonder wil en kan. Elke dag sport ik en wanneer het er een enkele keer niet van komt, ben ik de ganse dag onrustig en zit ik niet lekker in mijn vel.
Waarom sport:
Toch houden fanatieke sporters absoluut niet per definitie van sport kijken. Sport kijken vergt ook een totaal andere mindset als zelf sporten. Toch behoort sport kijken ook tot één van mijn favoriete bezigheden. Voor een groot gedeelte opgegroeid bij mijn vader en broertje dwong ik mijzelf al heel jong een keus te maken: jarenlang een heel vervelende zondag-, en vaak ook nog een dinsdag-, woensdag- en donderdagavond hebben óf dat hele sport maar gewoon gaan waarderen. Ik koos voor het laatste. Mijn liefde voor sport was geboren om nooit meer over te gaan. Voetbal, wielrennen, hockey, zwemmen, tennis en atletiek. Ik kijk werkelijk alles en wanneer het even kan, niet alleen de Nederlandse competitie, maar ook een aantal buitenlandse.
Het raakt je:
De echte sportfanaat herkent zonder enige twijfel het volgende: het enthousiasme van een kind bij het jaarlijkse sportoverzicht van de NOS. Telkens weer kippenvel wanneer je het wereldberoemde doelpunt van Dennis Bergkamp tijdens het WK van ’98 terugziet (en die stem van Van Gelder eronder hoort). De onverstoorbare concentratie waarmee je kijkt hoe Usain Bolt de 100 meter sprint loopt. De drang om Marianne Vos daadwerkelijk over het asfalt vooruit te schreeuwen. De kriebels in je buik bij een 1-0 voorsprong in de 88ste minuut. Maar ook de totale staat van desolatie waarin je kunt verkeren wanneer jouw club verliest. De woede, het onbegrip en vooral de onmacht die je voelt wanneer een sportwedstrijd niet verloopt zoals jij het graag had gezien.
Raar:
Het is raar. Waarom zijn er zoveel mensen die totaal opgaan in (de) sport? Waarom hangen er momenteel overal, van Maastricht tot in Amsterdam, oranje vlaggetjes? Spreekt sport een oergevoel in ons aan? Is sport hetgeen ons bindt in een wereld waarin we op tal van gebieden als los zand ronddrijven? Geeft sport ons een bestemming? Een gevoel van verbinding?
Oorlog:
Ik moet u het antwoord schuldig blijven en denk dat het antwoord ook voor iedereen verschillend is. Desalniettemin deel ik graag mijn visie op de (bijna) magische aantrekkingskracht van sport met u. Volgens de Britse filosoof Thomas Hobbes verkeren mensen, overal ter wereld, in een oorlog van allen tegen allen. Strijd, competitie, eigenbelang en winst zijn eigenschappen die inherent zijn aan onze menselijke natuur. Ondanks die natuur gaan mensen een sociaal contract met elkaar aan. Immers in een oorlog van allen tegen allen zou iedereen continu in doodsangst leven en op zichzelf zijn aangewezen. Mensen zoeken verbinding en bescherming, zowel fysiek als juridisch. Op basis van dat sociale contract ontstaat er veiligheid voor burgers binnen een staat. Het kost wat vrijheid, maar je krijgt er veel voor terug.
Strijd:
Ondanks dat contract zit er in elk mens nog steeds de behoefte aan oorlog met anderen. Volgens Hobbes hoeft die drang alleen niet altijd uit te monden in daadwerkelijke oorlog. Hij stelt namelijk dat er een verschil zit tussen oorlog en strijd. Oorlog bestaat niet alleen uit daadwerkelijke fysieke strijd, maar ook uit de wederzijdse bekendheid van de wil om te strijden. Oorlog bestaat uit dreiging. Uit de kans op een fysieke aanvaring. Uit een gemeenschappelijke wens naar competitie.
Collectiviteit:
Wellicht is de theorie van Hobbes een verklaring voor de liefde voor sport van velen. Sport is strijd. Sport is oorlog. Sport is dreiging. Sport bindt supporters, naties en individuen. Het geeft een gevoel van collectiviteit. Wij-Zij, ik-jou, hem-haar. Sport wakkert dat oergevoel van oorlog aan. Het is een legitiem excuus om ons volledig te laten gaan. Te schreeuwen, te schelden, te vloeken en helemaal op te gaan in iets wat, als je het heel objectief bekijkt, geen wereldproblematiek mag heten.
EK:
Wat de verklaring voor het fanatisme van velen ook mag zijn, ééñ ding staat buiten kijf; dit gaat een fantastisch sportzomer worden. Het EK, de tour én de olympische spelen. Geniet. En mocht een minder sportminnend persoon u verwonderd aankijken bij al die emoties en hevigheid die sport bij u losmaakt, verwijs verontschuldigend naar Thomas Hobbes. Leg in maximaal twee zinnen uit dat u er dus niets aan kunt doen en dat het uw natuurtoestand is. Om vervolgens de wereld om u heen weer compleet te vergeten en volledig op te gaan in de sport. Want sport is liefde. En tijdens het bedrijven van de liefde dient men niet gestoord te worden.
