Obamatsunami
Stel: u bent hoogzwanger. Of uw vriendin, zo u wilt. Woonde u in Almere, dan zou u uw kroost waarschijnlijk Tiago, Djeelaino, Zuila, Melayno, Tishena, Chanelle, Lion-Ley, D-Light, Salsabil, Myracal of G-Onio noemen. En nee, uw noeste correspondent spreekt geen onzin, dit is een representatieve steekproef uit de nomen est omen-fusiontaligheid waarmee de genitores van de enfants terribles van de thuisbasis van de grootste populatie breezersletjes van de polder lukraak het nageslacht hebben opgezadeld. Gelooft u het nog niet, dan bent u zeer welkom voor een rondleiding over de couveuseafdeling van het Flevoziekenhuis.
Niet alleen blijkt de Hollandse Brug een scheidslijn tussen het denkend deel der natie en de minder voorziene Almeres, het lijkt bovendien alsof de internationale nieuwsstroom slechts met grote vertraging naar dit oord doorsijpelt. Inmiddels is de wereld een opper-alfamannetje rijker, maar is het in Almere nog wachten op de gevolgen daarvan. Zelfs bananenrepublieken in donker Afrika zijn beter geïnformeerd: in Kenya schijnen moeders hun kroost en masse naar de nieuwe presidentsfamilie te nomen. In een ziekenhuis vlak bij de geboorteplaats van de machtigste Luo op aarde noemden de ouders van de helft van alle gisteren geboren kiddo’s hun progenituur naar Oboema of zijn vrouw. In China denkt men inmiddels dat Pamela Adhiambo, trotse moeder van Barack en Michelle, hun namen al ruim voor de conceptie wist: ‘I made up my mind to name them long before the elections.’

