Pats Boem Plof

Wat lobbyisten in Den Haag niet lukte kreeg Wakker Dier met een succesvolle publiekscampagne wel voor elkaar: Unilever heeft aangegeven niet langer plofkippen te willen gebruiken voor zijn knakworsten. Het is een begin, die knakworsten. Maar met deze ene maatregel zijn we er nog lang niet. De kip afkomstig uit de intensieve pluimveehouderij zou uit al ons voedsel geweerd moeten worden omdat het veruit het meest mishandelde, ongezondste en smerigste stukje vlees is wat er bestaat.
Human Rights Watch in Amsterdam zoekt stagiair

HRA zoekt per half juni een stagiair die kan ondersteunen in fondsenwerving, communicatie en outreacht op het kantoor in Amsterdam. Wil jij ervaren hoe het is te werken bij een van de grootste mensenrechten NGOs in de wereld? Lees dan gauw verder!
Zimbabwaanse onderhandeling: the right and the … ‘other’ pocket

Vastgespijkerde latjes op een bruin bureau vormen drie vakken: incoming, rejected, accepted. De stapels, steevast van groot naar klein, had ik eerder gezien, het gemeente huis lag er vol mee. Nu zat ìk daar: mijn tijdelijke werkplek bij city engineering. Met secretaresse genaamd ‘Lovely’.
Mijn tijdelijke kantoor was dat van de deputy director, die voor zaken in Harare was. Het bruine bureau met leren stoel uit de koloniale tijd was de plek van waar ik moest zorgen dat ons plan op de kleinste stapel zou belanden.
Drie keer ongemakkelijk bij Body Worlds

Je loopt langs de lichamen, ontdaan van huid en haar. Het rode spierweefsel als anatomische haute couture op de skelet. Misschien ben je al een keer bij Body Worlds langsgegaan. Misschien wil je er nog heen. Hoe dan ook is er veel over de tentoonstelling te doen geweest. De expositie is nu voor de derde keer in Amsterdam, dit keer op de Zuidas, en ik ging er heen. Maar de nasmaak bij de tentoonstelling was als de nasmaak van lekker vlees van ongelukkige varkentjes. Met dank aan de maker, anatomist en Indiana Jones imitator, Gunther von Hagens, zijn hier drie punten die opvielen in de huidige tentoonstelling. En als slotsom een analyse over de bittere nasmaak van plastic mensenvlees.
Vacature: stageplek bij De Balie

Stagezoekers opgelet! Politiek en cultureel podium De Balie zoekt een redactiestagiar vanaf eind juni voor minimaal 3 dagen per week. De kans om De Balie beter te leren kennen en je te ontwikkelen in het maken van politiek inhoudelijke programma’s. Lees hier meer over de stage, voorwaarden en ingangseisen:
Van loser naar Losser

Kent u Michael Sijbom? Hij was de campagneleider van het CDA bij de afgelopen verkiezingen voor de Tweede Kamer. Die waren op 9 juni 2010. En nee, die waren niet erg succesvol. Het CDA verloor maar liefst twintig zetels. Onder het motto ‘van loser naar Losser’ werd Sijbom vervolgens burgemeester in het Twentse Losser. De BKB Academie bezocht hem op de ochtend van 12 mei. In de middag werd Enschede aan gedaan, alwaar we met vertrekkend Tweede Kamerlid en oud staatssecretaris Sharon Dijksma (PvdA) door de wijk Roombeek trokken, beter bekend als de wijk waar 12 jaar geleden de vuurwerkramp plaatsvond. Jawel, de Randstad kids van de BKB Academie trokken, gewapend met fiets en laarzen, op naar de oostelijke helft van Nederland.
Over het sublieme en het schone; verdwaald in grenzeloze overvloed

“In dieser Armut, welche Fülle! In diesem Kerker, welche Seligkeit” (Goethe).
Johan Fretz
Vorige week was zijn naam ineens overal. Op Facebook, op Twitter, in de krant en hij zat aan tafel bij Pauw en Witteman: Johan Fretz. Hij schreef een boek getiteld ‘Fretz 2025′ en maakte dit prachtige filmpje over hoop, durf, liefde en hét momentum. Het filmpje raakte me. Goed ook. Het is een combinatie van een prachtig soort eenvoud met een kern van ontegenzeggelijke waarheid. Het is het soort filmpje dat je tien keer achter mekaar afspeelt en waar je dan nog steeds kippenvel van krijgt (u kent ze wel). Het soort filmpje dat je eigenlijk iedere ochtend even moet kijken zodat je positief en levenslustig aan je dag begint. Elke dag opnieuw. Ook het boek is briljant. Een boek dat je niet digitaal wilt lezen, maar zo een die je koopt omdat je wil dat het in je boekenkast prijkt. Voor later. Voor de heb. Zodat je het nog eens helemaal kunt lezen. Omdat het je raakt.
Overvloed
Zowel het filmpje als het boek hebben me aan het denken gezet. Over onze huidige maatschappij. Over het oeverloze geklaag van mijn generatie. Over onze kansen. Onze mogelijkheden. Over ons idealisme. Over de overvloed en weelde van vandaag de dag.
The sky is the limit
Volgens de Van Dale is een ideaal: ‘een gedachtevoorstelling van iets dat de volmaaktheid benadert’. In mijn ogen bestaat een ideale wereld niet. Deze zal namelijk pas bereikt worden als (het leven op) de wereld voor iedereen aan die volmaaktheid reikt. Desalniettemin lijkt er een tendens in de samenleving gaande waarin overvloed, abondantie en exuberantie in grote mate invulling geven aan het begrip ideaal. Hoe meer, hoe beter. Je leven leiden in overvloed. Sociale status die afhankelijk is van wat je hebt, in plaats van wat je kunt of wie je bent.
Er zijn keuzes, mogelijkheden, opties, alternatieven en voorkeuren in overvloed. Alles kan. Niets is te gek. The sky is the limit.
Keuzestress
De huidige generatie jongeren bevindt zich, volgens de makers van de VPRO-documentaire Generatie Y, in een gejaagde samenleving. Een individualistische omgeving waarin prestatie, bezit en succes de boventoon voeren. Men wil beroemd worden, gezien worden, carrière maken, netwerken, doelen nastreven, idealisme verwezenlijken, status verwerven, opvallen, een sprankelend leven leiden, reizen, wijsheid vergaren, iets bijdragen en dat alles als het even kan ook nog met een prachtig huis, een mooie auto en genoeg geld op de bank. Al deze mogelijkheden hebben ervoor gezorgd dat depressie inmiddels volksziekte nummer één is in onze maatschappij. Jongeren ervaren al een gevoel van zware keuzestress op de middelbare school. Mijn generatie is niet snel tevreden, wil altijd meer. Groot, groter, grootst. Snel, sneller, snelst.
Slachtofferrol
Met enige regelmaat krijgt ‘onze huidige tijdsgeest’ of ‘de expansiedrang van het kapitalisme’ de schuld van de bestaande overvloed. Ja, er staan twintig smaken jam in de supermarkt waar we uit kunnen kiezen. Ja, er zijn tientallen studiemogelijkheden. En ja, we kunnen tegenwoordig alles doen wat we willen. En dat alles, dat is veel. Maar toch. Is het wel terecht dat wij, als in de jongeren generatie van nu, onszelf zo regelmatig slachtoffer maken van al die keuze mogelijkheden?
De Essentie
Feit is dat we leven in een tijdsgeest waarin alles mogelijk en binnen handbereik is. De wereld wordt steeds kleiner en wij willen steeds groter worden. Maar vliegen we niet in sneltreinvaart aan de essentie van het bestaan voorbij? Ligt het niet voornamelijk aan onszelf dat we zo ontevreden zijn. Moeten we eigenlijk niet enorm dankbaar zijn dat wij leven in een periode waarin we (nagenoeg) alles kunnen doen wat we willen? Waarin we zelf de regisseur van ons leven zijn en zelf bepalen hoe we het pad van onze toekomst zien. Waarom klagen we altijd?
Doe iets
Mijns inziens mogen we enorm dankbaar zijn voor de talloze mogelijkheden die ons vandaag de dag geboden worden. Vroeger, en deze vroeger is nog niet zo lang geleden, ging je als meisje niet studeren. De huishoudschool wellicht en dat was het dan. Je trouwde, kreeg kinderen en zorgde daar vervolgens voor. Mijn moeder was het eerst meisje op het Gymnasium zo’n veertig jaar geleden. Zo snel kan het gaan. Zo snel is het gegaan.
In charge
Veertig jaar later klagen wij over depressie, over de leegheid van ons bestaan, over het missen van de echte connectie en alsmaar doorgaan, omdat ‘de maatschappij dat van ons vraagt’. De grootst mogelijke onzin. We zijn nog altijd zelf de regisseur van ons leven, wij zijn in charge. Wij bepalen. De keuze om ons mee te laten slepen in de snelheid van het bestaan, is onze eigen keuze. Wij zijn geen slachtoffer, we maken onszelf slachtoffer. De reden daarvoor is dat wanneer we ongewild en onverhoopt falen, het systeem de schuld kunnen geven van onze mislukking en niet onszelf. Wij kunnen er namelijk niets aan doen dat het is mislukt, dat gebeurt nou eenmaal wanneer de maatschappij zoveel van ons vraagt. En zolang we iets of iemand de schuld kunnen geven, hoeven we de confrontatie met onszelf niet aan te gaan. De meest lastige confrontatie ooit, die met jezelf. Lekker veilig dus, die slachtofferrol.
Benut het momentum
Laten we onmiddellijk ophouden met het kruipen in de veilige slachtofferrol. Laten we gebruik gaan maken van alle opties die we hebben. Laten we de enorme kansen die we krijgen grijpen en inzetten om ons idealisme te verwezenlijken. Laten we de overvloed niet als bedreiging, maar als kans zien. En laten we vooral ophouden met klagen en iets gaan doen.
Of laten we inzien, zoals Johan Fretz het verwoord: ‘dat het land van de onbegrensde mogelijkheden niet het land is van de Stars & Stripes hier duizenden kilometers verderop, nee, die plek is hier: dat is Nederland’.
Benut het.
Meer dan sport

Terwijl heel Nederland in de ban is van de verkiezingen in september vergeten we bijna dat we een grote sportzomer tegemoet gaan. Het EK voetbal in juni, de Tour de France in juli en de Olympische Spelen vanaf 27 juli.
Maandagkijktip: De nieuwe mens

Als je geen zin hebt onderstaande te lezen, hier de kijktip.
In andere gevallen:
Alle merken (Coca-Cola; PVDA) die je iets willen verkopen (frisdrank; sociaal-democratie of wat daarvoor door moet gaan) zetten zo hun marketingtrucs en campagnestrategieën in.
Bhagwan Shree Rajneesh (1931-1990), later Osho, had de nieuwe wereld en de nieuwe mens aan de man te brengen. Op het hoogtepunt had zijn Bhagwanbeweging wereldwijd zo’n 500.000 volgelingen, die rode en oranje kleding droegen en vervuld waren. Vervuld van wat Bhagwan ze vertelde. Wat uiteindelijk kon leiden tot verlichting.
Sommige leden wilden hun ideaal van een bewustzijnsverandering in de praktijk vormgeven en gingen samenleven in communes. Van daaruit zou een nieuwe wereld kunnen ontstaan. Los van enige politieke orde, want Bhagwan vond de problemen waar de wereld begin jaren tachtig mee kampte veroorzaakt door politici, die hun problemen zelf ook maar moesten oplossen.
Omring je voor die nieuwe wereld met rijkdom en liefde, begeer niet, leef in het nu, stel je leven in dienst van iets (Bhagwan), overbekende, ondertussen haast versleten mantra’s zijn het.
Zorba. The Budha.
De Nederlandse afdeling van de beweging beschikte over een krachtig middel, marketingtruc en campagnestrategie ineen. Ze gebruikte geen grote reclame-uitingen om kooplust op te wekken, of deelde geen beduimelde folders uit in de buurt van uitgaansgelegenheden, nee, ze exploiteerde zelf een uit wit marmer opgetrokken discotheek midden op de hippe Wallen. Dé manier om nieuwe, jonge mensen aan je te binden: zeker als je ‘m ‘Zorba the Budha’ noemt.
Ook andere technieken die de beweging toepaste bewijzen dat Bhagwan naast een nieuw-religieus leider ook een merk was. (Of heeft iedereen die een nieuwe wereld komt brengen trucs nodig? Of die nu verlicht is, doordrenkt van Coca-Cola, of eerlijk en sociaal.)
Kijk zelf maar.
‘Doemdenken, drank en mooie vrouwen’
Film- en televisiegoeroe Frank Wiering bezocht in 1984 een commune van de Bhagwanbeweging op de Veluwe. Hij was zelf op zoek naar verdieping en kwam via Zorba the Budha met Bhagwan in aanraking, omdat ‘doemdenken, drank en mooie vrouwen’ voor hem ‘dicht bij elkaar liggen’. In de VPRO-documentaire ‘De nieuwe mens’ doet hij verslag van zijn zoektocht en spreekt hij intensief met vier leden.
Twintig jaar later – als de Bhagwanbeweging niet meer bestaat – zoekt hij deze vier, Dassana, Ekanto, Ojas en Preyas, weer op voor de vervolgdocumentaire ‘De meester en het echte leven’. Wat is er van ze terecht gekomen? (De titel verraadt veel.)
‘De nieuwe mens’ en ‘De meester en het echte leven’ zijn dus hier te zien.
Beeld: Still uit ‘De nieuwe mens’
Wat Hebben We Weer Genoten

Eind augustus verschijnt Wat Hebben We Weer Genoten. Aan dit boek over mijn reis door Afrikaanse landen die in het verdomhoekje zitten, werkte ik het afgelopen jaar onafgebroken. Nu de definitieve deadline nadert geef ik de eerste 750 woorden alvast prijs.
„Dus je gaat naar Soedan?” vraagt de partner van het advocatenkantoor na afloop van het sollicitatiegesprek. De boord van mijn overhemd knelt, in de liftspiegel schrik ik van een rood gezicht dat van mij blijkt te zijn. De lift zoeft van de hoogste verdieping naar de begane grond. De partner is een eik die stevig geworteld is in vruchtbare Hollandse klei. Zijn krijtstrepen maatpak hangt losjes over zijn brede schouders. Maatwerk. Of hij boeken leest betwijfel ik.
„Dat klopt,” zeg ik.
Het was me tot dusverre niet gelukt in echte mensentaal uit te leggen waarom ik naar de Hoorn van Afrika wilde. En Afrika als reisbestemming heeft onaangename sociale implicaties. ‚Afrika’ zeggen splijt de mensheid in tweeën. Er bestaat een groep mensen die Afrika verheerlijkt, wereldmuziek aanschaft, en denkt dat we nog een hoop te leren hebben van de levensvreugde die daar aan de orde van de dag is.
Je hebt ook een groep die Afrika als een diepe put ziet waar belastinggeld naartoe wordt gebracht.
Ik reken de partner tot de laatste groep. Een groeiende groep, en een absolute meerderheid op de Zuidas.
Naar Afrika gaan is voor mensen uit de laatste groep hetzelfde als beweren dat jouw blik ruimer, weidser en mondainer is dan die van de ander. Dat je een avonturier bent, of erger, een weldoener. Dat ontwikkelingshulp moet worden opgeschroefd. Dat wij bloed aan onze handen hebben. De mensen uit de laatste groep zijn luie toeristen – nee, fascisten die de politieke en sociale misstanden negeren en liever in behaaglijk en gecapitonneerde luxe van zorgvuldig afgeschermde hotels verblijven.
Deze gevaren zie ik, maar ik mag niet falen. Niet na al die intelligentietests, psychologische onderzoeken, juridische casussen en het naar tevredenheid antwoord geven op de vraag: hoe ziet jouw privé-leven er uit?
Dat ik van plan was Soedan te bezoeken had ik me per ongeluk eerder laten ontvallen, en er wordt van mij verwacht dat het een rationele beslissing is geweest. Het enige wat dan rest is het spelen van de toerismekaart.
„Wat ga je daar eigenlijk doen, in Soedan?” informeert de partner.
„In Soedan?” vraag ik schaapachtig, „Er zijn daar een heleboel mooie piramides, die zelden bezocht worden.”
„Werkelijk?” zegt hij. Zijn ogen dwalen af naar zijn telefoon, die al een tijdje piept en zoemt. Tijdens de sollicitatie zelf was zijn blik al onvast geweest, vanaf de hoogste etage konden we heel Amsterdam overzien. Ik stelde me voor dat een dergelijk uitzicht de holenmens in de partner bevredigt. Inzicht in een juridisch dossier en overzicht op een steppe of stad liggen in elkaars verlengde. Of zijn gedachten dwaalden af naar de nieuwe advocaat-stagiaire.
„De mensen schijnen ook heel aardig te zijn,” ga ik verder. Dat Soedanezen aardig zijn heb ik van iemand gehoord en hoewel ik dat toen een aannemelijke stelling vond, klinkt het nu ik het mezelf hoor zeggen niet meer aannemelijk.
Naïef is het woord.
„Maar is daar geen oorlog?” dringt hij aan. De liftdeuren wijken en we betreden de grote glanzende marmeren vloer van de begane grond. Onze voetstappen galmen beschaafd in het hoge, ruime vertrek. Omdat in Soedan de grootste genocide sinds de Tweede Wereldoorlog heeft plaatsgevonden en er sprake was van een burgeroorlog die binnen niet al te lange tijd door een referendum dreigt op te laaien, acht ik ook dit onderwerp voorlopig ongeschikt voor verdere opheldering.
„Concreet blijven,” zeg ik tegen mezelf, „Concreet blijven, niet afdwalen.”
Ik staar naar de glimmende neuzen van mijn schoenen. „Er wordt zo nu en dan wel eens gevochten,” geef ik toe, „maar zolang je de Nijl volgt merk je daar eigenlijk niets van.”
De partner kijkt me onderzoekend aan, alsof ik zojuist een complexe juridische kerstboom heb opgetuigd. Tijdens het sollicitatiegesprek tuigde ik ook al een complexe kerstboom op. De verkeerde kerstboom, moet ik er bij zeggen.
We bereiken de hoge, traag draaiende glazen deur.
„Je hoort snel van ons,” zegt de partner.
We gaan ieder ons weegs; hij terug naar zijn bureau om bedrijven te begeleiden in hun opheffing, splitsing of fusie; ik naar buiten, waar een oktoberregen begonnen is de Zuidas schoon te spoelen.
De volgende dag wordt er gebeld: slecht nieuws. Daarna staar ik lang uit het raam tot het buiten donker is geworden.
Plotseling dringt de behoefte aan woestijnen zich op. Als ik ga mislukken, en daar lijkt het op, dan kan dit maar beter onopgemerkt plaatsvinden.
In Soedan bijvoorbeeld.
