Pers & media: veranderingen in medialand en de krant 2.0

De media zijn onlosmakelijk verbonden met de politiek en met campagne voeren. Er is sprake van een eeuwenoude haatliefde verhouding tussen politiek en media. De kijk die er is op de media, maakt momenteel grote veranderingen door. Denk eens aan de opkomst van Twitter, de amateurfilmpjes gemaakt met mobiele telefoons die te zien zijn bij de NOS en de afnemende populariteit van kranten. Daarom stond de derde sessie van de BKB Academie in het teken van pers en media.
Hapklare brokken
Dankzij een overvloedig aanbod en afnemende tijd selecteert het publiek nieuws actiever dan ooit. Voor aanbieders van nieuws is het zaak om hierop te reageren en anticiperen. Door de veranderende vraag van de consument en het gemak waarmee we tegenwoordig nieuws via internet tot ons nemen staan de media onder druk. Hoe blijven zij zorgen voor diepte in het nieuws, terwijl ze ook inspelen op de consument die nieuws graag snel in hapklare brokken ontvangt? Kortom: wat zijn de gevolgen van de veranderingen in de media voor kranten, televisie en online media?
Over deze vraag werd afgelopen vrijdag gesproken tijdens een panelgesprek over de veranderde aard van het medialandschap. Onder leiding van Ernst-Jan Pfauth (professioneel blogger en online media-expert)gingen Hans Laroes (de voormalig hoofdredacteur van de NOS), Alexander Klöpping (online media-expert) en Jaap Jansen (politiek redacteur bij Pauw & Witteman) het gesprek met elkaar aan. Een interessant gezelschap met bakken kennis die nadrukkelijk twee generaties vertegenwoordigden.
Nieuwe versus oude stempel
Aan de ene kant was daar Alexander Klöpping die internetstrateeg is en in die hoedanigheid meer dan 3000 online blogs per dag leest. Volgens Alexander zijn tijdschriften “onzin” en ligt de toekomst van dagbladen ook online. Aan de andere kant Jaap Jansen die jarenlang werkzaam was bij het AD, en om die reden in onze ogen dan ook de oude stempel vertegenwoordigde, nu werkzaam bij Pauw en Witteman. Hans Laroes was het gezicht er tussenin. Onder zijn leiding gingen bij de NOS vanaf 2006 de disciplines televisie, radio en internet samenwerken, maar opgemerkt moet worden dat het bij de NOS altijd wel erg lang duurt voordat nieuws online staat.
Twitter als ‘bron’
Mijn vooroordelen bleken onjuist, zoals wel vaker het geval is met vooroordelen natuurlijk. Een van de eerste opmerkingen van Jansen was dat hij van mening is dat “de internetredactie een centrale plaats moet innemen op de redactie, omdat zij verschillende media in het verlengde van elkaar laten bloeien.” En op welke wijze speelt de opkomst van de sociale media een rol bij Pauw en Witteman? ”Er is altijd iemand die Twitter in de gaten houdt. Mochten de presentatoren onjuiste informatie verschaffen tijdens de uitzending en iemand merkt dat, mét bron, op via Twitter, worden de heren Pauw en Witteman direct rechtgetrokken via hun oortje.” Met Twitter ontstaat dus een soort nationale huiskamer waarin iedereen direct invloed uit kan oefenen.
Impact van online
Ook bij de NOS speelt internet inmiddels een heel grote rol. Toch vindt Laroes dat de impact van hetgeen je op televisie ziet vele malen groter is dan van wat er op internet staat: “De reactie van mensen op televisie blijft fundamenteel anders”. Alexander Klöpping is het hier niet mee eens. Volgens hem is de impact van de gebeurtenissen op het Tahrirplein veel interessanter op internet: “Wat daar te zien was betekende zoveel meer dan de flarden die op televisie te zien waren”. Laroes zegt dat de rol van de NOS een verandering heeft doorgemaakt. Vroeger was het hoofddoel van de NOS het achtuur journaal, tegenwoordig is dat overal en altijd voor iedereen te vinden zijn op tal van manieren.
Teveel lifestyle
Het panel is het eens over de waaromvraag voor de afnemende interesse voor kranten. Jaap Jansen noemt ze “dode bomen”. Volgens Laroes is het probleem van kranten ontstaan, doordat deze te laat zijn begonnen met nadenken. “Ze hebben zo lang niets met internet gedaan, dat de achterstand enorm is.” De heren vormen ook een collectief als het om de oplossing voor kranten gaat. “Kranten zijn een fatale weg richting lifestyle ingeslagen, er zijn te weinig interviews en er is te weinig diepgang, omdat het allemaal snelsnelsnel moet zijn.” De oplossing? Need-to-know-kranten: kranten die diepgravend onderzoek brengen. De nadruk moet weer komen te liggen op goed geschreven analyse, volgens Laroes. Kranten zouden meer de rol van The Economist aan moeten nemen, stelt Jansen, want “als je elke week ‘The Economist’ leest, weet je minstens evenveel als het ministerie van Buitenlandse zaken. Maar wil de consument wel betalen voor dat soort stukken? Een volmondig ja is ons antwoord, “mensen hebben geld over voor goede informatie.” Alexander ziet een 2.0 versie van kranten: “de toekomst van bladen is dat je als lezer op basis van je leesgedrag artikelen aangeleverd krijgt die interessant voor jou zijn. Een soort Spotify bij kranten op internet.”
Samenvattend zijn we bij de drie vertegenwoordigde disciplines dus een toenemende rol voor
internet. Het is altijd en overal, en wordt alleen maar groter. De consument wordt kritischer en heeft meer informatie. Dat kun je als en bedreiging zien, maar ook als een hele grote kans.
Foto: Yuki Kho.
