Stad en samenleving: Adri Duivesteijn en Joris van Casteren
Het thema ‘Stad en Samenleving’ stond in juni 2008 beschreven op de BKB site en heeft voor mij de doorslag gegeven voor de academie te solliciteren. Zelf op onderzoek uit. Welke wijk is woonbaar? En in welke wijk voel je je niet thuis? En hoe komt dat dan?
Het weekend begon met een meeting met Adri Duivesteijn (wethouder in de gemeente Almere) en Joris van Casteren (auteur van het boek ‘Lelystad’) op de Westerstraat in Amsterdam.
Joris vertelde over zijn ervaringen met Lelystad. Hoe Lelystad een utopie had moeten worden, hoe de aannemers teveel vrijheid kregen, hoe de stad meer landinwaarts en zuidelijker kwam te liggen dan gepland, hoe dit nu de verklaring is voor het afgezonderde Lelystad, maar vooral hoe dit was voor alle mensen die zich de inwoners van Lelystad mochten noemen. Joris beschreef hoe hij in zijn jeugd wel de architectuur van de utopie terug zag, maar hoe deze nooit echt uit de verf is gekomen. Lelystad was een buitenwijkenparadijs. Een slap aftreksel van een utopisch idee. Adri Duivesteijn is opgegroeid in de beruchte Schilderswijk in Den Haag. Hij sprak over zijn boosheid. Dat het hem had moeten overkomen daar te moeten opgroeien. Ook Joris kon zich hier in vinden. Adri Duivesteijn is lid van de Tweede Kamer geweest, wethouder van Den Haag en is nu namens de PvdA wethouder van de gemeente Almere.
Stad en samenleving, stedenbouwkunde, Lelystad, Almere, IJburg. Allemaal zaken waar ik vrij weinig vanaf wist. Daarom kon ik me over alles vooral verbazen: een volledige stad neergezet in 5 jaar? En dat moet dan meteen werken? Maar dat was inderdaad niet het geval. Veel nieuwe wijken missen een ziel. Een geest. Een gevoel van fijn thuis komen na een dag werk. Een probleem van de huidige maatschappij werd aangestipt: wat houdt ons nu nog bij elkaar? Zijn wij nog wel in staat om met onze geautomatiseerde productieprocessen iets duurzaams neer te zetten?
Adri Duivesteijn sprak over het grote probleem van wijken zonder ziel. Hij denkt een oplossing te hebben gevonden: organische stedenbouw. In Almere probeert hij nu op een ‘nieuwe’ (of 100 jaar oude) manier een wijk neer te zetten. Er wordt een wijk ontwikkeld volledig op initiatieven van bewoners. Deze organische manier van stedenbouw moet de monotoonheid van nieuwe wijken doorbreken en bewoners het gevoel geven weer thuis te komen. Maar er zijn natuurlijk wel bepaalde regels waar je je aan moet houden. En als je een houten huis wilt bouwen, moet dat wel in de houten-huizen-wijk staan. Kan ondanks deze regels de nieuwe wijk in Almere een ziel krijgen?
Aan het einde van de avond kwamen we terug bij Lelystad. Wat moest er nu gebeuren met die stad? Kunnen we al spreken van een gefaald product of is er nog hoop? Adri Duivesteijn zag het positief: Lelystad is nog jong, het zal groeien en wanneer men besluit dat leven in rust en afzondering een zege is in plaats van een vloek, zal Lelystad gaan bloeien.
Persoonlijk heb ik vooral veel geleerd deze eerste avond. De wereld van stedenbouwkunde en de sociale golf die daarmee gepaard gaat is voor mij opengegaan. Voorbereid en al was ik klaar om met eigen ogen IJburg te gaan onderzoeken. Een goed begin van een goed weekend.

Schrijf je ook nog zon mooi verslag van je bezoek aan IJburg