Überhangmandate; und was ist das?
Het is inmiddels ‘Wahltag’! Eindelijk kan de bevolking van de grootste democratie van de EU, Duitsland, naar de stembus voor de Bundestagwahlen. De Nederlanders hebben in 2006 tien partijen de Tweede Kamer ingestuurd. De Duitsers sturen waarschijnlijk ‘maar’ vijf partijen de Bundestag in. Nederland heeft dus tweemaal zoveel partijen in een vier keer zo klein parlement (10 vs. 5 partijen, 150 vs. minstens 598 parlementariërs). Maar de Duitsers mogen ter compensatie wél twee stemmen uitbrengen! Huh, hoe dat zo?

Dankzij een diepgewortelde angst voor onbestuurbaarheid door de chaos en versplintering van partijen hebben de Duitsers een kiesdrempel van 5% van de totaal aantal uitgebrachte stemmen. Dat komt overeen met ruim drie miljoen stemmen. In Haagsch perspectief zou dat een kiesdrempel van 8 zetels voor het Nederlands parlement opleveren. Dag GroenLinks(7), dag ChristenUnie(6), dáhag D66(3), SGP(2), Trots op Nederland(1) en Partij voor de Dieren(2). Samen goed voor 21 zetels, bijna 15% van het electoraat en verschillende historische deelnames in coalitieregeringen. Maar in Duitsland zou je niet aan de bak komen met dergelijke partijen. Dit zorgt voor een overzichtelijk speelveld van vijf partijen: Die Linke(communistische), Der Gruene(groen-sociaal), SDP(sociaal-democratisch), Der Union (CDU-CSU, christen-democratisch) en FDP(liberaal). Lekker simpel voor de kiezer? No way!
Duitser mogen twee stemmen uitbrengen: de ‘Erststimme’ en de zogenaamde ‘Zweitstimme’. In 299 kieskringen ((Wahlkreise) met elk gemiddeld 250.000 stemmers mogen Duitsers op een lokale kandidaat van de federale staat stemmen; de eerste stem. Elk district kent één winnaar(degene met de meeste stemmen uiteraard). Deze 299 Direktmandaten vormen de helft van de 598 parlementszetels van de Bundestag. De andere helft wordt gevuld op basis van de tweede stem. Hierbij stemt den Duitser op een landelijke partij(Landesliste). Hierbij worden de zetels over de partijen verdeeld op basis van evenredigheid. Deze stem is het meest belangrijk, het is de basis voor de verdeling van zetels in de Bundestag.
Oké, maar wat betekent dit? Stel: een partij haalt overwinningen in 70 van de 299 kieskringen bij de eerste stem. Dit levert dan 70 Direktmandaten op. Bij de tweede stem haalt de partij 20% van de stemmen; dit levert 60 zetels op. Door het op evenredigheid gebaseerde stelsel hoort deze partij 20% van het totaal aantal zetels (598) te krijgen. Dit zouden 120 zetels moeten zijn. Echter, met de ‘eerste stem’ heeft de partij meer dan 20% van de stemmen gepakt (70 zetels, 23,4%). Dit overschot mag zij houden(10 zetels, Direktmandaten) en wordt bovenop het totaal aantal Bundestagzetels geteld. Het totale aantal zetels is dus flexibel, met een ondergrens van 598 zetels. In totaal heeft in dit voorbeeld de partij dus 60+60+10=130 zetels gewonnen. De tien zetels die lokaal gewonnen zijn bovenop het landelijke percentage en men mag houden heeft men gewonnen volgens het principe van de Überhangmandaten.
In de laatste peiling(18-09-2009) staat de geelzwarte coalitie(Union/FDP) op 49% van de stemmen, de centrum-linkse coalitie(SDP/Gruene/Die Linke) op 46%. De verwachtingen met betrekking tot de Überhangmandate zijn dat CDU rond de 20 extra zetels uitkomt, de SDP rond de 10. Echter, de SDP is aan een duidelijke inhaalslag bezig, en bepaalde peilingen suggereren een 47%/47%-stand. Doordat de CDU netto 10 Überhangmandaten meer heeft, kan zij met een minderheid van zo’n 48,5/49% samen met de FDP tóch gaan regeren. Kortom: het gaat in de eindstrijd mogelijk om tienden procenten van stemmen. De SDP heeft eerder in 2002 onder Gerhard Schroder al geregeerd met een minderheid dankzij enkele Überhangmandaten.
Helaas zijn Überhangmandaten wel een instabiel middel. Alle Direktmandaten (incl. Überhangmandaten) zijn persoonlijk en niet overdraagbaar. Wordt iemand ziek, burgemeester of vertrekt hij/zij uit de politiek, dan vervalt automatisch die zetel. Afgelopen vier jaar gebeurde dat bijvoorbeeld zesmaal bij het CDU en SDP. Een veilige marge moet er dus nog bovenop komen, wil de coalitie duurzaam en stabiel zijn. Een ruime 49% is nodig voor een coalitie van CDU/FDP, en een kleine 51% van de stemmen voor een onwaarschijnlijke coalitie van SDP/Gruene/Linke. Bij een nieuwe Grote Coalitie van CDU/CSU en SDP is er uiteraard helemaal geen probleem, dan zijn de marges meer dan groot genoeg.
Dit systeem moedigt strategisch stemmen aan. Bij de eerste stem gaat het om het principe ‘the winner takes it all’. Een lid van een kleine partij, bijvoorbeeld een FDP’er, kan hierbij strategisch gaan stemmen. Is in zijn/haar district een strijd op het scherpst van de snede tussen een CDU-kandidaat en een SPD-kandidaat, dan zou een stem op de FDP een verloren stem zijn in de marge. Interessanter, met het oog op een geelzwarte coalitie, is dan een een stem op de CDU. De tweede stem gaat dan naar de FDP. Zo is de kans dat een CDU’er groter, terwijl de FDP er niet onder lijdt in de Bundestag. Het is kortom een mooi democratisch speeltje. In straatgesprekken kunnen veel Duitsers gepassioneerd hun strategische drijfveren aangeven. Met de Überhangmandate kan de Duitse kiezer dus, in tegenstelling tot Nederland, nog enige invloed uitoefenen op de vorming van een coalitie.
Helaas, het zijn de laatste verkiezingen waar deze Überhangmandaten een cruciale rol kunnen gaan spelen. Das Bundesverfassungsgericht, het Duitse hooggerechtshof voor grondwettelijke zaken, heeft geoordeeld dat de Überhangmandate ongrondwettelijk zijn. Immers hebben met name de grote partijen (SPD en CDU) er profijt van omdat zij als volkspartei de meest brede achterban, relatief de meeste stemmen, kandidaten en gelijkelijke vertegenwoordiging door de bondsrepubliek hebben. Als vleugel- of nichepartij kom je niet aan de bak. Het is vanaf 2011 dus uit met de pret. Jammer, want de Duitse kiezer is massaal strategisch aan het stemmen om te trachten bepaalde coalities in het zadel te helpen. Echter, grondwet is grondwet. Nederland kan er nog wat van leren, want door het systeem is er een optimale mix van regionale gebondenheid van politici(eerste stem) en landelijke strategische kracht(tweede stem). Al is een regering van de minderheid over de meerderheid niet echt democratisch zuiver, leuk wordt het spel daarvan wel!

Het is Die Grünen;-)
Deze zin nog even redigeren:
De tien zetels die lokaal gewonnen zijn bovenop het landelijke percentage en men mag houden heeft men gewonnen volgens het principe van de Überhangmandaten.